OK We use cookies to enhance your visit to our site and to bring you advertisements that might interest you. Read our Privacy and Cookies policies to find out more.

News Netherlands

foto: Suzanne Blanchard
0 Comments Nov 29, 2017 | News Netherlands

“Mondhygiënist moet een leidende rol in verpleeghuis nemen”

Post a comment by Tessa Vogelaar

De mondhygiënist is de uitgelezen persoon om een leidende rol te pakken in de verbetering van mondzorg bij ouderen. Niet alleen bij zorg aan stoel of bed, maar ook bij het opstellen van mondzorgplannen. Dat vindt Vanessa Hollaar, mondhygiënist, onderzoeker en hoofddocent Mondzorgkunde aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, die onlangs promoveerde op het gebruik van chloorhexidine en het verminderen van longontstekingen bij verpleeghuisbewoners. “Problemen in de mond oplossen en verplegend personeel trainen, is niet voldoende als mondhygiënist. Je moet voorkomen dat er problemen ontstaan.”

Wat zou in de organisatie van mondzorg in verpleeghuizen moeten veranderen?
Ten eerste moet er meer beschikbaarheid zijn van mondzorgprofessionals, zoals een mondhygiënist of tandarts. Je hebt tegenwoordig wel dental cars die eens in de zoveel tijd ter plaatse komen behandelen bij een verpleeghuis. Nuttig werk, maar er zijn onvoldoende mondzorgprofessionals daadwerkelijk in dienst van het verpleeghuis. Als je de zorg op de werkvloer van een verpleeghuis wilt veranderen, moet je niet alleen de verpleegkundigen en de verzorgenden goed scholen, maar op die plek ook iemand neerzetten die gespecialiseerd is in mondzorg. De mondzorg bij verpleeghuisbewoners is inmiddels zo complex dat een verzorgende of verpleegkundige dit niet meer alleen kan doen.

Wat is zo complex aan de zorg voor intramurale ouderen?
De dagelijkse mondverzorging kan een verzorgende of verplegende in principe prima uitvoeren, mits ze daarin goed opgeleid zijn. Het monitoren van de mondgezondheid, de interactie tussen medicatie en mondgezondheid, de interactie met slikken en voeding en de toenemende zorgafhankelijkheid: stuk voor stuk zaken waarvoor een specialist nodig is. Daar zijn hbo-v’ers niet in getraind. Makkelijk toegankelijke of dagelijks oproepbare mondzorgprofessionals die deze taken op zich nemen, zijn er simpelweg nog niet voldoende in verpleeghuizen.

Aan welke mondzorgprofessional is vooral behoefte in de mondzorg aan ouderen? De tandarts of de mondhygiënist?
In eerste instantie is de mondhygiënist hiervoor de aangewezen persoon. Niet alleen om de gebitsreiniging te doen, maar ook om verzorgend en verplegend personeel te trainen in de dagelijkse mondverzorging en de benodigde mondzorg te indiceren. Als de mondzorg te complex wordt, dient de mondhygiënist een tandarts in te schakelen, bijvoorbeeld voor een extractie of een aanpassing aan een prothese. Tussen de mondhygiënist en de tandarts moet een samenspel zijn, maar de mondhygiënist zou daarin de leidende rol moeten vervullen.

U stelt een ‘manager mondzorg’ in zorginstellingen voor in uw proefschrift. Wat houdt die functie exact in?
Het is een wat ongelukkige term, omdat het woord manager suggereert dat zo iemand vanachter zijn bureau de lijnen uitzet. Het gaat echter om iemand die actief en zichtbaar aanwezig is op de werkvloer. Tandsteen verwijderen en problemen oplossen in de stoel voldoet niet op die plek. Er moet worden voorkomen dat er problemen in de mond ontstaan. Dat doe je door een mondzorgprofessional neer te zetten die ouderen goed monitort en kennis heeft van het complexe samenspel van mondgezondheid, mondverzorging en de algehele gezondheid bij verpleeghuisbewoners en hierin samenwerkt met alle zorgdisciplines in het verpleeghuis.

Is dit een haalbare oplossing in tijden van bezuiniging in de zorg?
Dat is een goede vraag. We zouden misschien naar een ander vergoedingssysteem toe moeten. Als een mondhygiënist of tandarts nu in een verpleeghuis een handeling uitvoert, wordt dat per patiënt gedeclareerd. De bijscholing of monitoring die een mondhygiënist of een tandarts geeft of het aansluiten bij een multidisciplinair zorgoverleg, kan hij niet declareren. Het zou beter zijn om niet slechts op patiëntniveau tarieven te bepalen, maar een mondzorgbudget per verpleeghuisbewoner in te stellen dat ook gebruikt kan worden voor trainingen van personeel.

U pleit in uw proefschrift voor interprofessionele bijscholing. Wat houdt dat praktisch in?
Dat niet alleen de mondhygiënist of tandarts wordt geschoold in mondzorg bij ouderen, maar dat ze ook leren samenwerken met andere disciplines in een zorgteam, zoals een logopedist, diëtist of fysiotherapeut. Diëtisten hebben bijvoorbeeld invloed op het voedingspatroon van ouderen, wat weer invloed heeft op het slikgedrag van ouderen. We werken allemaal in hetzelfde lichamelijke gebied, maar als je daarvan wilt profiteren, moet je weten wat je voor elkaar kunt betekenen. Dat gebeurt nog te weinig, ook omdat er relatief weinig mondhygiënisten werkzaam zijn in multidisciplinaire teams in zorginstellingen. Daarnaast hebben andere (para)medici, waaronder specialisten ouderengeneeskunde, vaak weinig kennis over de interactie tussen de mondgezondheid en de algehele gezondheid en weten ze onvoldoende hoe problemen in de mondgezondheid behandeld moeten worden.

Er zitten ‘verse’ bewindslieden op VWS. Wat zou u hen adviseren bij de mondzorg voor ouderen?
Als we niks doen, blijven we achter de feiten aanlopen. De opleidingen mondzorgkunde en tandheelkunde zouden mondzorg bij ouderen als een belangrijk onderdeel moeten opnemen in hun curriculum. Mogelijk kan dat zelfs een gezamenlijk curriculum worden. Verder zou ik de minister adviseren eens na te denken over een andere financiering van de mondzorg, die minder op curatie is gericht en waarbij beter is nagedacht over bijvoorbeeld het financieren van bijscholing van personeel en het opnemen van een mondzorgprofessional in het zorgteam.

Veel mondzorgprofessionals krijgen te maken met thuiswonende ouderen. Wat kunnen zij doen om de mondzorg voor deze doelgroep te verbeteren?
Tandartsen en mondhygiënisten moeten goed blijven monitoren of ouderen boven de 65 jaar wel blijven komen naar een praktijk. Uit onderzoek weten we dat ouderen, naarmate hun leeftijd vordert, steeds meer drempels ervaren om naar de tandarts te gaan. Ze moeten soms al zo veel: geregelde bezoekjes aan de fysiotherapeut of het ziekenhuis. Daarnaast verschuift hun prioriteit en wordt de mondzorg minder belangrijk. Ook kan iemand niet alleen lichamelijk kwetsbaar worden, maar ook sociaal of psychisch. Als bijvoorbeeld een partner wegvalt, kan iemand minder mobiel worden en minder vaak bij de mondzorgprofessional komen, als de partner degene was die altijd autoreed. Als algemeen practicus dien je in de gaten te houden welke patiënten je al lang niet hebt gezien. Bel ze eens op om na te vragen hoe het gaat. Tot slot dienen ook huisarts en thuiszorg te worden ingezet, om te voorkomen dat er verslechtering van de mondgezondheid optreedt.

Het proefschrift Chlorhexidine solution and pneumonia in care-dependent elderly people van Vanessa Hollaar is online te lezen via https://goo.gl/UC33xa.
 

Post a comment Print  |  Send to a friend
0 Comments
Join the Discussion
All comments are subject to approval before appearing. Submit Comment