OK We use cookies to enhance your visit to our site and to bring you advertisements that might interest you. Read our Privacy and Cookies policies to find out more.

News Netherlands

Tandarts-geriatrie Claar Wierink vertelt over een werkveld vol schrijnende situaties. (foto: MIRLO)
0 Comments Dec 11, 2017 | News Netherlands

“Noodhulp voor kwetsbare oudere moet in basispakket”

Post a comment by Tessa Vogelaar

Claar Wierink is een prominente naam in de mondzorg voor ouderen. De Amsterdamse heeft een eigen praktijk gespecialiseerd in zorg voor kwetsbare ouderen, is gepromoveerd op het onderwerp en is medebedenker in een samenwerkingsproject rond deze focusgroep. Steeds vaker hoort ze dat financiën een barrière vormen om goede mondzorg aan ouderen te verlenen. De tandarts-geriatrie heeft tal van suggesties hoe het beter kan. “Vergoed voor kwetsbare ouderen een foto, extractie en vulling vanuit de basisverzekering.”

“Mevrouw Van der Heijde is een vitale oudere,” licht Wierink toe als een oudere dame uit Amstelveen plaatsneemt in de stoel. “Nou bedankt!,” lacht de 71-jarige trots. Een halfjaar geleden waren er geen bijzonderheden tijdens haar controle. “Hoe gaat het met u? Geen klachten? Zijn uw medicijnen veranderd?” informeert Wierink. Mevrouw Van der Heijde vertelt dat ze in de zomer een tijdje niet lekker was, maar het nu beter gaat. De precieze naam van het medicijn dat ze toen kreeg, weet ze niet meer. Maar inmiddels is ze ervan af.

Wierink luistert geduldig naar het verhaal van mevrouw Van der Heijde, waarna ze de controle start. Er zijn geen gaatjes of andere bijzonderheden, dus wordt er tandsteen verwijderd en het gebruik van de nieuwe elektrische tandenborstel geëvalueerd. Die adviseerde Wierink tijdens het vorige bezoek vanwege de verminderde kracht die mevrouw Van der Heijde heeft in haar rechterhand. Elektrisch poetsen bevalt goed, “al moet je wel even wennen dat je zelf niet hoeft te schrobben,” vertelt de patiënte. Zij is met haar eigen dentitie op 71-jarige leeftijd zeker geen uitzondering. Mensen leven langer en steeds meer ouderen behouden hun eigen gebit. Mevrouw Van der Heijde krijgt te horen dat ze over een halfjaar mag terugkomen.

Dat juist bij ouderen de persoonlijke relatie een grote rol speelt, blijkt uit de reden dat deze patiënte destijds bij Wierink terechtkwam. “Toen zij (de moeder van Wierink, red.) vertelde dat ze ging stoppen als tandarts, schrok ik. Gelukkig wist ze me te vertellen dat haar dochter ook een praktijk had.” Voor mevrouw Van der Heijde voelt het heel vertrouwd. “Haar moeder zong ook altijd tijdens de behandeling. Praten deed ze zelfs nog meer! Terwijl je daar maar met je mond open ligt en helemaal niet kunt antwoorden,” zegt de kwieke dame lachend, terwijl ze een gorgelend geluid nabootst.

Brede deuren en tilliften
Affiniteit met ouderen had Wierink altijd al. “Ik had een goede band met mijn opa’s en oma’s, die vaak kwamen oppassen. Daarnaast kreeg ik les van tandarts-docent Ad van Andel, die met veel enthousiasme sprak over zijn werk in een verpleeghuis. Verder heb ik altijd al interesse gehad in de relatie tussen mondgezondheid en algemene gezondheid.” Dat de geriatrie binnen de tandheelkunde niet de meest populaire richting is, realiseert ze zich. Wierink vreest dat dit met het financiële aspect te maken heeft. “Het is niet het deel van het vak waarmee je gemakkelijk veel geld verdient.” Het zijn vooral sociale tandartsen die de geriatrische kant leuk vinden. “Als je echt alleen van het technische werk houdt, is het niks voor je.”

Sinds twee jaar is Wierink eigenaar van de praktijk waar we haar deze ochtend aan het werk zien. De ruimte is gevestigd in een verpleeghuis in Amstelveen en op allerlei praktische manieren aangepast aan de doelgroep. Een lift, geen drempels en een brede deuropening, zodat ook bedden en rolstoelen naar binnen kunnen. Ook kan de tandartsstoel van zijn plek en zijn er tilliften en andere hulpmiddelen om minder mobiele ouderen naar de stoel te kunnen verplaatsen.

Werkend in een groepspraktijk in Amstelveen zag Wierink ook patiënten van een Amsterdams verpleeghuis. In 2010 werd zij door het verpleeghuis in Amstelveen benaderd, naar aanleiding van de in 2007 verschenen richtlijn Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen . “Dat was het moment dat verpleeghuizen zich er ineens bewuster van werden dat de mondzorg niet vergeten mocht worden en ze daarvoor iets moesten regelen,” legt Wierink uit. Toch was 2007 niet het landelijke startschot voor grote veranderingen. “We zijn nu tien jaar verder en er zijn nog steeds verpleeghuizen die het verre van op orde hebben. Wat dat betreft doen ze het in het verpleeghuis waar ik zit heel netjes.”

Alert zijn
Door de vergrijzing komen er steeds meer ouderen bij die vaker en langer hun eigen tanden houden. Goede mondzorg is daarom ook voor ouderen onmisbaar. Vaak terugkerende aandachtspunten zijn multimorbiditeit en polyfarmacie (het gebruik van vijf of meer geneesmiddelen). De grote hoeveelheid medicatie die veel ouderen dagelijks moet slikken, heeft een negatieve invloed op de mondgezondheid.

“Het is heel belangrijk tijdig te signaleren en te proberen het gebit voor te bereiden op wat komen gaat. Dat geldt voor mensen met cognitieve problemen, maar ook bijvoorbeeld bij andere progressieve ziektes zoals Parkinson,” weet Wierink. “De dagelijkse mondverzorging voor deze groep wordt steeds moeilijker. Daardoor neemt het risico op verslechtering van het gebit toe. Ten tweede wordt het behandelen van deze ouderen steeds lastiger. Belangrijk is daarom in een vroegtijdig stadium afwegingen te maken welke kant je opgaat. Het daarbij betrekken van de cliënt, maar ook diens familie is onmisbaar.”

De relatie tussen mondgezondheid en algemene gezondheid speelt bij ouderen een grote rol. Ouderen kunnen minder goed poetsen door afnemende motoriek als gevolg van bijvoorbeeld artrose, de ziekte van Parkinson of een CVA waarbij soms een arm verlamd raakt. “Als tandarts moet je bij deze mensen meer maatregelen nemen om de mondgezondheid zo goed mogelijk in stand te houden. Bij de behandeling is het daarnaast belangrijk alert te zijn op hoeveel en welke medicijnen, zoals antistollingsmiddelen of bisfosfonaten, mensen krijgen,” legt Wierink uit.

De mond niet vergeten!
Wierink is blij dat er steeds meer aandacht komt voor mondzorg bij ouderen. Deze is volgens haar mede ingegeven door de politiek. “Er wordt steeds vaker aan de bel getrokken. Uiteindelijk is daardoor het Periodiek Mondzorgoverleg (waarin de beroepsverenigingen uit het veld vertegenwoordigd zijn) van de grond gekomen.”

Dat overlegorgaan wordt nu samengevoegd met het door Wierink opgezette De mond niet vergeten!. Dat project richt zich op adequate mondzorg voor thuiswonende, kwetsbare ouderen, waarbij ook mantelzorgers, huisartsen en thuiszorg betrokken worden. “Er komt een gezamenlijke bewustwordingscampagne en er wordt naar gestreefd de mondzorg voor ouderen beter te integreren in onderwijs, richtlijnen en protocollen. Niet alleen binnen de mondzorg, maar juist ook gericht op alle andere professionals om de oudere heen.” Implementatie van de door de KNMT ontwikkelde praktijkwijzer, met aanbevelingen en advies voor de zorg aan kwetsbare ouderen, maakt daar eveneens onderdeel van uit. “Met dit vervolg op het project De mond niet vergeten! ben ik heel blij. Ik verwacht veel van de landelijke bewustwordingscampagne. Hopelijk schudt dat ook bijvoorbeeld artsen wakker. Er zijn er genoeg die te weinig weten over de relatie mondgezondheid en algemene gezondheid.”

Voor het project De mond niet vergeten! werkt de praktijk van Wierink samen met een huisartsenpraktijk en thuiszorgorganisatie, ook in Amstelveen. “Ouderen die kwetsbaar worden, geven als eerste hun tandartsbezoek op. Als de kwetsbaarheid verder toeneemt, staken ze ook hun dagelijkse mondverzorgingsroutines,” aldus Wierink. Het project richt zich op dat voortraject. “Enerzijds willen we ouderen zelf bewustmaken van het belang van een goede mondgezondheid, anderzijds ook de mensen om de oudere heen, zoals mantelzorgers en thuiszorgmedewerkers.” Die laatste groep is essentieel in dit project: zij worden gevraagd ouderen te observeren. “Kunnen mensen hun mond zelf nog verzorgen? Als je dat vraagt, zeggen ze allemaal ja. In werkelijkheid zweeft de borstel vaak maar een beetje in de mond en raakt deze nauwelijks iets. Als dat wordt gesignaleerd, kan ondersteuning worden opgenomen in het zorgplan en kan daarvoor tijd worden geïndiceerd. Dat gebeurt nog te weinig, omdat mensen er niet alert op zijn, terwijl tijdige signalering achteruitgang van de mondgezondheid kan voorkomen. Thuiszorgmedewerkers zijn de aangewezen personen om door te verwijzen naar tandarts of mondhygiënist.” Met een subsidie van ZonMw wordt een procesevaluatie gemaakt van het project. De verwachting is dat de uitkomsten daarvan nog voor de zomer bekend zijn.

Tarieven de sleutel?
Ook een aanpassing in de mondzorgtarieven zou een bijdrage kunnen leveren. “Er wordt al gesproken over een tarief voor een multidisciplinair consult, bijvoorbeeld voor overleg met de thuiszorg. Er lijkt ook een betere vergoeding voor huisbezoeken te komen.” Wierink hoopt dat dit vanuit de basisverzekering zal worden vergoed, maar dat is nog onzeker.

In het project De mond niet vergeten! hoort Wierink vaker dat financiën een barrière vormen. Haar boodschap voor de nieuwe ministers en staatssecretaris op VWS zou hierop gericht zijn. “Zorg dat kwetsbare ouderen een soort noodhulppakket krijgen. In ieder geval zouden zij een consult, foto, extractie en vulling vergoed moeten krijgen binnen de basisverzekering. We zagen in de pilot van het project dat 40% van de ouderen klachten in de mond ervoer, maar slechts 3% daadwerkelijk verwezen wilde worden. Dat komt deels door fysieke barrières, maar ook financiën spelen een rol.”

Welke oudere in aanmerking komt voor vergoeding van een huisbezoek, is nu onderwerp van overleg met de NZa en het Kennisinstituut Mondzorg (KiMo), dat richtlijnen voor mondzorg voor kwetsbare ouderen op de agenda heeft staan. Dat gaat Wierink te traag. Haar advies is een bestaand instrument te gebruiken, daarmee te starten en vervolgens te evalueren. “Anders duurt het veel te lang. Ik word dagelijks met deze problemen geconfronteerd. Het is zaak dat er snel iets gebeurt.”

Werkt u als algemeen practicus veel met ouderen? Bekijk de tip van Claar Wierink in onderstaande video.

 

Dit is een verkorte weergave van het interview met Claar Wierink in de decembereditie van Dental Tribune. Deze zal op 15 december verschijnen.

Post a comment Print  |  Send to a friend
0 Comments
Join the Discussion
All comments are subject to approval before appearing. Submit Comment